Hoe het kwam dat de chronometermaker Edward John Dent de torenklok van Big Ben maakte, deel 2.

Dent Houses Of Parliament Big Ben

English Big Ben Gude & MeisDit is het tweede en laatste deel van de geschreven versie van de lezing die ik hield in mei hier in de winkel.

Pas op 18 november 1853 laat de commissie aan Frederick weten dat ze zich niet gebonden voelen aan het naleven van het contract. Ze hebben het contract immers met Edward John Dent afgesloten en niet met hem. Naar mijn idee moeten hier natuurlijk krachten achter hebben gezeten die tegen Airy, Denison en Dent waren. Barry misschien?

Het verhaal van de Big Ben.

 

In 1834 brandt het Engelse parlement af. Charles Barry wordt aangewezen om een nieuw paleis te bouwen met een toren waarin een klok moet zitten. Barry benadert in maart 1844 Vulliamy voor de klok. Hij wil graag dat hij tekeningen maakt van een klok waar hij dan een aanbesteding op kan laten doen. Hij benadert het maken van de klok echt als een architect; je legt de specificaties voor een brug neer en iedereen mag daar op inschrijven. Hij realiseert zich helemaal niet dat een klok op heel verschillende manieren  gebouwd kan worden. En dat verschillende technische specificaties ook tot enorme verschillen in precisie en uiterlijk kunnen leiden.

Benjamin Lewis VulliamyHet is niet vreemd dat hij het aan Vulliamy vraagt. Hij kende de klokkenmaker omdat Barry’s zoon George John van 1836 tot 1841 voor hem gewerkt heeft. Vulliamy wil wel een ontwerp maken maar rekent 100 pond voor de tekeningen en wil nog 100 pond extra als hij de opdracht niet krijgt. Een andere klokkenmaker zou immers met zijn ontwerp gaan werken. Hij wil geen estimate geven maar in zijn aantekeningen denkt hij aan 3600 pond en 2 jaar werk.

In juli 1845 schrijft Dent Airy dat hij graag voorgedragen wil worden om mee te mogen doen met de aanbesteding voor de klok voor het parlement. Hij vindt dat hij een goede kandidaat is op grond van zijn werk dat hij geleverd heeft aan de royal Exchange. Airy zegt toe dat hij Dent zal voordragen omdat Airy ervan overtuigd is dat Dent’s klok voor de Royal Exchange de beste torenklok van de wereld is.

Dent vraagt ook Denison of hij hem wil voordragen. Denison heeft een boek gepubliceerd over klokken en enige reputatie opgebouwd op dit gebied. Hij is een zeer succesvolle advocaat, van adel en heeft veel connecties. Hij houdt zich ook veel bezig met het restaureren van oude gebouwen en kerken waardoor hij ervaring heeft met torenklokken.  In november 1845 laat Dent de bouwcommissie weten dat hij zich beschikbaar stelt als kandidaat. Hij krijgt antwoord dat er tekeningen komen waarop hij kan inschrijven. Dent is erg  teleurgesteld en in een brief aan Denison  laat hij weten dat hij helemaal niet wil werken naar de tekeningen van iemand anders. Hij is er van overtuigd dat hij zelf de beste klok kan ontwerpen en dat hij zich veel meer kan onderscheiden met een eigen ontwerp.

portrait GB AiryDan schrijft Dent begin december 1845 terug naar de commissie waarin hij suggereert dat Airy iemand is die zou kunnen bepalen of een ontwerp goed genoeg is. Dat is een heel slimme zet want hiermee introduceert hij zijn eigen beschermheer als autoriteit. Verder stelt hij dat hij niet meedoet als hij niet zijn eigen ontwerp mag bouwen.

In een brief aan de commissie legt Airy uit dat hij graag helpt en dat al eens met een dergelijke aanbesteding te maken heeft gehad, namelijk de klok voor de Royal Exchange. Hij schrijft verder dat hij destijds Whitehurst en Vulliamy heeft voorgedragen maar dat de commissie toen om onbekende redenen Dent heeft verkozen. Dit is natuurlijk een heel opvallende opmerking want hij impliceert hiermee dat hij niets met de verkiezing van Dent te maken heeft gehad.

Wel merkt hij op dat Dent een aantal goede vindingen heeft toegepast in de klok voor de Royal Exchange en dat Dent daarom zeker gevraagd moeten worden om mee te doen met de aanbesteding.

De commissie is blij met Airy’s bemoeienis. Hij maakt ook meteen van de gelegenheid gebruik om een aantal technische eisen voor te stellen voor de klok. Airy wil net als bij de klok voor de Royal Exchange dat de klok heeft; 1. Een gecompenseerde slinger, 2. maintaining power, 3. Echappement met remontoire, 4. Rustende gang (Graham of pennengang), 5. Frame moet demontabel zijn i.v.m. onderhoud, 6. eerste slag van het slagwerk moet binnen de seconde van het hele uur vallen, 7. Het slagwerk mag het gaand werk niet beïnvloeden. Maar hij heeft nog een aantal extra eisen; 1. Er moet een zakchronometer bij de klok geleverd worden zodat de klok gecontroleerd kan worden met Greenwich.  2. De klok moet een voorbeeld van Groot Brittannië’s kunnen worden dus de klok moet toegankelijk worden voor het publiek. 3. Er moet een regláge veer komen bij de slingerlens net als bij de klok van de Royal Exchange. 4. Er moeten elektrische contacten komen waar z.g.n. slaafklokken mee kunnen worden aangestuurd. 5. De maker van deze klok moet de klok van de Royal Exchange bestuderen.

Tenslotte werpt Airy zich op als eindinspecteur voor de klok. Hij zal de uiteindelijke goedkeuring moeten geven alvorens de maker betaald zal worden. Natuurlijk is Barry niet blij met de bemoeienis van Airy. Hij verliest hiermee een groot deel van zijn onafhankelijkheid bij de totstandkoming van deze klok.

In juli 1846 nodigt Barry Whitehurst en Vulliamy uit om mee te doen met de aanbesteding voor het maken van de klok voor de toren van de ‘Houses of Parliament’. Vulliamy slaat het aanbod af. Hij is er van overtuigd dat Airy bevooroordeeld is en Dent de voorkeur zal geven. Vulliamy schrijft dat hij hierdoor geen kans heeft en daarom niet mee doet.

Dent wordt ook gevraagd en die stuurt op 8 aug 1846 zijn ontwerp in met een prijs van 1500 pond. In september 1846 stuurt Whitehurst zijn ontwerp  met een prijs van 3.400 pond.

Enige tijd hierna stuurt Vulliamy toch zijn ontwerp zoals afgesproken met Barry maar geeft er geen kostprijs bij. Het is een fraai ontwerp van een klok waarvan de slinger van circa 210 – 240 kilo weegt en een dubbele mahonie slingerstaaf heeft. Als echappement heeft de klok Lepaute’s pennengang. Vulliamy maakt een kleiner model van deze klok voor een kerk in de omgeving. Denison ziet dit model in maart 1847 en schrijft erover dat het een prachtig uitgevoerde klok is.

Eén van de commissieleden vraagt naar aanleiding van zijn ontwerp Vulliamy of hij toch niet mee wil doen. Deze begint in te zien dat hij misschien toch wat invloed kan krijgen. Hij schrijft een brief naar Airy dat hij graag mee wil doen en zeker een kundige expert als eindinspecteur accepteert behalve  als dat Airy is.

Als Airy gevraagd wordt om zijn mening betreffende  beide makers en hun plannen  zegt hij ongeveer het volgende. De werkplaats voor torenklokken van Dent is groter en heeft modernere machines. Dent is als chronometer- en regulateurbouwer meer bekend met precisie. Die precisie is echter wel iets wat Airy als belangrijk element heeft geïntroduceerd.

Volgens Airy heeft Whitehurst meer ervaring met torenuurwerken die kwalitatief zeer goed werk kan leveren. Naar zijn mening hebben beide makers hulp nodig van een ingenieur voor  het frame en het grondrad omdat de maat van de klok zo uitzonderlijk is.

Airy’s meest doorslaggevende opmerking ter faveure van Dent is naar mijn mening de volgende. Hij stelt dat Dent waarschijnlijk eerder de stabiliteit van Whitehurst kan leren, dan dat Whitehurst de precisie van Dent kan leren.

Als de commissie vraagt wat Airy denkt over het grote prijsverschil merkt hij het volgende op.  Hij denkt dat Whitehurst een iets groter bedrag heeft gerekend dan de kostprijs omdat het een grote prestigieuze opdracht is. Hij zegt te weten dat Dent een slimme zakenman is die misschien wel onder de kostprijs wil werken omdat hij de publicitaire waarde van deze opdracht inziet.

Airy wordt ook gevraagd wat hij van het ontwerp van Vulliamy vindt. Hij stelt dat hij er niet echt over kan oordelen omdat deze geen prijs heeft ingestuurd en dus feitelijk niet mee doet met de aanbesteding en dat Vulliamy hem niet accepteert als eindinspecteur. Toch schrijft hij zijn mening over het ontwerp. Hij vindt het een prachtig ontworpen klok maar dat deze niet precies genoeg is. Volgens Airy heeft Vulliamy een opmerking van Berthoud geheel verkeerd geïnterpreteerd en de slinger is natuurlijk ook niet echt gecompenseerd.

Met de beoordeling van Airy ziet het er heel goed uit voor Dent en lijkt het alsof alles snel goed gaat komen. Maar toch loopt alles bijna mis. Natuurlijk zijn er voor het gebouw nog meer klokken nodig en Dent wil daar ook graag op intekenen. Eerst stuurt hij een brief op 3 mei 1847 om te vragen hoe hij kan intekenen op deze andere klokken. Hierop krijgt hij echter geen antwoord. Op 7 juni stuurt hij nog een brief die wel beantwoord wordt. De commissie stelt dat hij te laat is want de sluitingsdatum voor deze aanbesteding lag in 1845, hij is dus te laat. Er zijn zelfs al klokken besteld bij anderen door Barry.

Zijn reactie is heel opmerkelijk. Hij stuurt een brief aan de commissie op 3 juli dat hij zich terugtrekt uit de aanbesteding omdat hij niet mee mag doen met de aanbesteding van alle klokken. Op 7 juli schrijft hij een lange brief aan Airy waarin hij zijn actie uitlegt. Naast het feit dat hij niet mee mag doen met die andere klokken voert hij ook aan dat de architect een tekening heeft kwijtgemaakt en dat hij steeds maar geen antwoord krijgt bij de bouwers. Hij voelt zich duidelijk tegengewerkt.

De commissie voelt zich voor het blok geplaatst want de belangrijkste kandidaat voor de klok valt nu ineens weg. Gelukkig voor ons verhaal grijpt Airy in. Hij stelt dat Dent misschien wel een beetje te overhaast en emotioneel gehandeld heeft door zich terug te trekken. Maar dat Dent ook wel een punt heeft met zijn klacht dat hij niet mee mag doen met alle klokken in het parlement. Eind juli krijgt Dent een brief dat de commissie heeft besloten om Dent toch toe te laten in de aanbesteding voor alle klokken van het parlement. Ook schrijven ze dat Barry sinds Dent’s brief geen klokken meer heeft besteld en dat Barry zonder goedkeuring van de commissie geen klokken meer mag bestellen.

Op 4 augustus schrijft Dent aan de commissie dat hij weer meedoet.

Weer zal Barry hier niet zo blij mee zijn geweest want weer ondervindt hij bemoeienis van Airy en Dent.

Op 18 maart 1848 hebben zowel Dent als Whitehurst beiden herziende plannen ingeleverd omdat de commissie wil dat er elektrische contacten worden aangebracht zodat de klok rechtstreeks gecontroleerd kan worden in Greenwich. Maar nog steeds lijkt de commissie in een impasse te zitten, waarschijnlijk door de twee kampen van Barry/Vulliamy en Airy/Dent die tegenover elkaar staan. Rond deze tijd begint Denison zich met de zaak te bemoeien.  Zoals eerder geschreven had hij ervaring met restauratieprojecten en had hij een boek over klokkenmaken geschreven.

Hij wijst de commissie erop dat Barry/Vulliamy Airy weg willen hebben. Verder schrijft hij dat hij zowel van Dent als Vulliamy klokken heeft gekocht of geregeld voor een aantal bouwprojecten. Hij stelt dat Dent superieur is aan Vulliamy en Vulliamy weer superieur aan de rest. Hij wijst er verder op dat de commissie echter een hoogtepunt van nationaal kunnen wil en niet slechts een heel fraai gemaakte klok.

Dan gebeurt er twee jaar niets……

In augustus 1851 komen we een brief tegen waarin Airy vraagt of de ventilatieschacht gebruikt kan worden voor de val van de gewichten. Verder vraagt hij of het mogelijk is dat er een takel en valluik geïnstalleerd kunnen worden om de onderdelen en klok naar boven te kunnen takelen. Hij krijgt een kort en bondig antwoord dat dit mogelijk is maar dat er een paar kleine aanpassingen gedaan moeten worden.

Op 29 januari 1852 schrijven Airy en Denison in een gezamenlijke brief aan Lord Seymour, de voorzitter van de commissie dat Dent volgens de laatste plannen de beste klok kan bouwen.

Op 16 februari doet Dent nog een laatste aanpassing aan zijn ontwerp. Op 25 februari krijgt Dent uiteindelijk te horen dat hij de aanbesteding wint. Hij moet de klok binnen twee jaar leveren en deze zal uiteindelijk door zowel Airy als Denison gekeurd worden.

Er zijn bijna acht jaar verstreken sinds de eerste vraag van Barry aan Vulliamy. Wat zou er zijn gebeurd als hij zijn tekeningen wel snel had geleverd? Naar mijn mening had hij dan de aanbesteding gekregen en was de klok al lang klaar geweest. Maar door het uitblijven van Vulliamy’s ontwerp ging de commissie verder kijken en kwam Airy in beeld.

Op 22 maart 1852 gaan Airy en Denison en wellicht ook Dent kijken in de in aanbouw zijnde clockroom. Tot hun ontsteltenis zijn de muren  al ver opgetrokken gebaseerd op de plannen van Vulliamy! Barry had dus gewoon zijn eigen idee nagestreefd. Omdat het ontwerp van Dent groter is moet dit weer aangepast worden.

Vulliamy probeert in mei 1852 om toch nog een voet tussen de deur te krijgen. In de Clockmakers Company, het oude gilde van Londen, probeert hij door middel van een aanklacht tegen Dent deze buiten spel te zetten. Hij zegt dat Dent als chronometermaker incapabel is, wat tot een grote schade zou kunnen leiden voor het aanzicht van de Engelse klokkenmakers. Ook Airy moet het ontgelden. Hij wordt door Vulliamy afgeschilderd als een amateur die helemaal niet bevoegd zou mogen zijn om deze klok te keuren. Denison komt in verweer tegen deze aantijgingen en hij weet Vulliamy de mond te snoeren met zijn felle retoriek.

English clockmaker chronometer antique clockOp 8 maart 1853 sterft Edward John Dent na een ziekbed van twee maanden waarschijnlijk aan darmkanker. Zoals bepaald in het testament van Dent veranderen zijn pleegzoons hun naam van Rippon in Dent en erven zijn de firma. Frederick (Rippon) Dent krijgt onder andere het gedeelte met de torenklokproductie. In mei 1853 stuurt hij de commissie een brief waarin hij hen op de hoogte stelt dat hij de klok zal afmaken. De muren van de clockroom zijn nog niet hoog genoeg om de klok te plaatsen maar het werk is al ver gevorderd. Ook de slinger loopt al een half jaar. Hij zal de klok gereed hebben zoals bepaald in het contract in februari 1854.

In de commissie echter ontstaat er een discussie of Frederick eigenlijk wel automatisch het contract mag overnemen. Ze zetten er een paar juristen op maar laten hem niets weten. Frederick heeft ondertussen Dension’s gravity escapement in gebruik en schrijft dat aan Airy, die daar wel een proefmodel van wil. Frederick meldt ook dat het echappement heel goed functioneert zelfs op een heel grof gemaakt uurwerk omdat dit geen invloed heeft op de gang.

Double three legged gravity escapementNu wil ik even stilstaan bij het gravity escapement. Door het oponthoud in het tot stand komen van de klok is deze uiteindelijk veel beter dan aanvankelijk bedacht. Denison heeft zijn eerste ideeën al over dit echappement in 1846 maar vervolmaakt deze in de jaren er na. In 1851 komt hij tot het ‘double three legged’ echappement. Hiermee wordt het grootste probleem opgelost; de enorme kracht die in de trein nodig is om de invloeden van het weer op de wijzers te compenseren niet door te laten werken in het echappement zodat de slinger bijna vrij kan slingeren. De lange armen van de twee 3-armige raderen worden gebruikt om de uurwerk te stoppen. Omdat ze zo lang zijn kunnen ze goed al de kracht die er nodig is om uurwerk te laten draaien te stoppen. Vlak bij het draaipunt van deze raderen worden de gebogen armen opgetild die telkens tegen de slingerstaaf aangelegd worden. Hierdoor kan de slinger vrij bewegen en is de precieze werking optimaal. Ook is het bijna niet mogelijk om het echappement te laten ‘trippen’.

Hieronder kunt u een animatie zien van het werkende echappement.

Big Ben houses of parliamentDe uitvinding was echt briljant. De slinger van deze klok weegt 310 kilogram en is ongeveer 4.4 meter lang. Door de zware gewichten die er nodig zijn om de klok door de elementen heen te laten draaien werkt er een bepaalde kracht via het echappement op de gaffel die de slinger aandrijft. Bij een pennengang zoals bijvoorbeeld Vulliamy wilde toepassen werkt er 3.2 kilo aan kracht op de slinger. Bij een Grahamgang is dit al veel minder namelijk 1.8 kilo. Echter bij Denison’s echappement is deze impuls maar 113 gram!

In oktober 1853 krijgt Airy het verzoek van de commissie of hij Denison nog eens wil vragen om een paar tekeningen te sturen. Denison reageert fel naar Airy en weigert het te doen. Hij is helemaal klaar met Barry en noemt deze een nietsnut. Hij heeft alles al eens gestuurd en hij verwijt Barry dat hij alles kwijt maakt. Airy kan hier natuurlijk niets aan doen en zit er een beetje tussen. Als Denison een week later dit verzoek nog eens afwijst is voor Airy de maat vol. Hij wenst niet langer samen te werken met Denison en meldt dit ook aan de commissie. Hij schrijft erg onder de indruk te zijn van Denison’s horologische kennis maar niet van manier van met mensen omgaan en het afhandelen van zaken. Dit geeft wel een probleem omdat beiden het uurwerk goed moeten keuren. Later lost dit zich zelf op door beiden om de beurt te laten kijken.

Pas op 18 november 1853 laat de commissie aan Frederick weten dat ze zich niet gebonden voelt aan het naleven van het contract. Ze hebben het contract immers met Edward John Dent afgesloten en niet met hem. Naar mijn idee moeten hier natuurlijk krachten achter hebben gezeten die tegen Airy, Denison en Dent waren. Barry misschien?

Frederick reageert direct met een lange en deels emotionele brief. Naast het feit dat hij zich beklaagd dat Barry maar niet op zijn brieven reageert is zijn belangrijkste argument dat de commissie hem dit niet eerder heeft laten weten. Hij had toch duidelijk laten weten dat hij het werk van Edward John Dent zou afmaken. Door hem niets te laten weten heeft de commissie hem stilzwijgend geaccepteerd als uitvoerder van het contract. Verder meldt hij dat hij geen jurist is maar twee van zijn zakenpartners wel en de hele affaire graag aan hen over zal laten.

Pas zeven maanden later, in juni 1854 krijgt hij antwoord van de commissie. Er is niet echt iets veranderd aan de situatie maar inderdaad maar ze moeten Frederick toch gelijk geven. Door niet te reageren heeft de commissie stilzwijgend geaccepteerd dat Frederick het contract zou afmaken.

Denison great clock Big BenFrederick maakt de klok af in zijn werkplaats. In april 1855 gaat Airy kijken naar de klok en hij is heel lovend. Ook Denison die daarna gaat kijken is heel positief. Nu de klok klaar is vindt Frederick dat hij aan het contract heeft voldaan. Hij vraagt de commissie om zijn geld en biedt aan om de klok lopend te houden tot dat deze geplaatst kan worden in de toren.

Big Ben signature Frederick DentPas in maart 1859 hangen de bellen in de toren en kan Frederick de klok gaan plaatsen. Even is er nog een oponthoud van twee weken omdat twee ramen vergroot moeten worden. Maar daarna wordt de klok binnen vier weken geplaatst en kan net voor de eerste bijeenkomst van het parlement op 31 mei 1859 in gebruik worden genomen.

Dent great clock big benUiteindelijk werd de klok inderdaad een hoogtepunt van technisch vernuft waar de firma Dent heel trots op was. Hier is een afbeelding die ze gebruikten als reclame voor hun firma.